Het belang van SAMR en TPACK in het klaslokaal (deel 1)

SAMR kan lessen aantrekkelijker maken en TPACK maakt lessen effectiever. Wat betekenen deze begrippen en hoe kan jij hier gebruik van maken tijdens jouw lessen? In dit artikel wordt het SAMR-model behandeld.

In mijn werk raak ik vaak in gesprekken met collega docenten over het effectief toepassen van ICT in de les. Het wordt een docent tegenwoordig vrij makkelijk gemaakt: de e-pack van een methode gebruiken, leerlingen een blog te laten schrijven, het maken en uitvoeren van een quiz via Socrative en Kahoot en wellicht zelfs leerlingen een website laten maken. Ik merk echter regelmatig dat de didactische kant van het gebruik van deze technologie geen educatieve meerwaarde heeft en en sommige gevallen zelfs minder effectief lijkt te zijn voor het behalen van de gestelde lesdoelen. Dat is jammer want leren mag best leuk zijn maar het moet toch op zijn minst effectief zijn?

In dit artikel behandel ik het SAMR-model. Dit model beschrijft 4 niveau’s waarop ICT toegepast kan worden om de leerling meer bij de stof te betrekken en ook andere vormen van leren mogelijk te maken, zoals peer-learning. De eerste twee niveaus vallen onder het ‘verbeteren’ van het lesmateriaal en de laatste twee niveaus vallen onder het ‘transformatie’ van lesmateriaal en hebben vaak een grotere impact op het leerrendement.

Het eerste niveau, de kleinste stap/verandering, is de substitutie. Hier wordt ICT gebruikt als vervangend hulpmiddel, bijvoorbeeld Microsoft Word in plaats van een handgeschreven aantekening of Google Maps (of Google Earth) in plaats van de Bosatlas. Het voordeel van ICT gebruiken op dit niveau is beperkt: wellicht is er sprake van tijdswinst of het oefenen van ICT basisvaardigheden.

Het tweede niveau is augmentatie. Op dit niveau wordt ICT gebruikt als vervangend hulpmiddel waarbij het ook functionele verbetering oplevert, zoals versterking van de ingezette didactiek. Hierbij kan men denken aan het gebruik maken van een zoekmachine op internet om woorden die de leerling niet kent op te zoeken. of gebruik van Mentimeter aan het einde van de les om te controleren of de lesstof is begrepen. Ook het digitaal maken van een toets valt onder dit niveau, aangezien leerling achteraf gelijk hun fouten kunnen zien en hiervan kunnen leren.

Het derde niveau is de modificatie. Hierbij wordt (een deel van) de opdracht herschreven om gebruik te maken van ICT ter versterking van het leerrendement. Bijvoorbeeld het gebruik van Word Online (of Google Docs) waarbij leerlingen feedback in het document kunnen achterlaten of online kunnen samenwerken. Of een docent kan een padlet voor de gehele klas aanmaken waarop de klas kan werken aan de gezamenlijke presentatie of voorbereidingen voor een scheikundige proef. In beide gevallen kan er locatie onafhankelijk worden gewerkt en gedeeld en dit verandert de manier waarop de opdracht wordt uitgevoerd.

Het laatste niveau is herdefiniëring. Op dit niveau zorgt ICT voor een compleet andere opdracht dan in klassiek onderwijs zonder ICT. Hierbij kan gedacht worden aan contact maken met andere klaslokalen in een ander land, zoals een skype quiz. De leerlingen maken tijdens de Franse les contact met Franse kinderen ergens in Frankrijk en moeten door vragen te stellen erachter komen in welk gebied/stad de Franse leerlingen zitten. Of in het voorbeeld van de Padlet kan deze nu ook worden gedeeld met andere scholen waarbij ook die leerlingen opmerkingen en inhoud kunnen toevoegen.

Tot slot

Het SAMR-model is een prima hulpmiddel om je in te verdiepen wanneer je van plan bent om jouw didactische repertoire uit te breiden en/of te versterken. Het houd je als docent scherp door je bewust te maken van het niveau waarop je innovatie doorvoert. Substitutie is niet automatisch slechter dan modificatie. Het gaat erom dat je het niveau toepast waar de opdracht om vraagt. Substitutie kan handig zijn wanneer je jouw leerlingen geen stencils meer wilt geven maar alles via Word of PDF wil laten doen zodat ze deze niet kunnen vergeten. Daarnaast is herdefiniëring is alleen mogelijk bij opdrachten met een bepaald karakter en augmentatie verhoogt vaak de efficiëntie.

 

 

 

Auteur: Eeuwe Feenstra

Mijn naam is Eeuwe Feenstra. Ik ben docent Digitaal Burgerschap op een school in Oisterwijk. Dit vak heb ik samen met een collega ontwikkeld en geef al meerdere jaren digitale vaardigheden en mediawijsheid met veel plezier aan onderbouw leerlingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *